Amsterdam, zaterdag 3 juli 2010

‘Het Stedelijk en Goldstein: een fantastische combinatie’ Nieuw museum voor hedendaagse kunst‘


Ze maakt een prettige en krachtige indruk.’ ‘Ze is een intelligente, ambitieuze, sterke vrouw.’ ‘Ze is gepassioneerd door haar werk, maar heeft wel humor.’ ‘Ze komt heel gedegen over en heeft een enorm grote kennis.’


Heeft Amsterdam een supervrouw binnen de poorten gehaald? Een wonder woman from LA?


Ze laat zich nog steeds niet interviewen, Ann Goldstein, de nieuwe, Amerikaanse directeur van het Stedelijk Museum, voorheen senior conservator van het Museum of Contemporary Art in Los Angeles. Sterker: er heerst sinds haar aantreden een onvervalste radiostilte.


Dat aantreden was al in oktober vorig jaar, al trad ze officieel op 1 januari in dienst, als directeur van een gesloten museum, midden in de fase van renovatie en nieuwbouw. Met een almaar vooruitschuivende heropeningsdatum.


De hierboven geciteerde kwalificaties komen van derden. Allemaal mensen uit het hoofdstedelijk kunstenaarsmilieu voor wie Ann Goldstein niet onzichtbaar bleef. Direct na haar benoeming vorige zomer is ze middels persoonlijke gesprekken gaan kennismaken. “Ze is meteen gaan scannen, heel positief vind ik dat,” zegt Ann Demeester, directeur van de toonaangevende galerie De Appel. “De meeste directeuren komen daar onder tijdsdruk niet aan toe. Zij is vooraf vanuit LA begonnen om de boel te verkennen. In persoonlijke gesprekken, niet alleen met leidinggevenden, maar ook met kunstenaars en galeriehouders. En met jonge kunstenaars. Het zal, schat ik, heel breed zijn geweest.”


Ann Goldstein vaart een eigen koers.


Af en toe kwam in de afgelopen maanden iets naar buiten. Een meningsverschil met cultuurwethouder Carolien Gehrels die, extra onder druk gezet door de sms-actie van Stedelijkliefhebber en hotelier Otto Nan, eiste dat in de voltooide renovatie van het oude Stedelijkgebouw een tijdelijke expositie zou komen, in afwachting van de grote heropening met de nieuwbouw. Gehrels wilde tegemoetkomen aan de klachten over de langdurige sluiting van dit museum voor moderne kunst, en het gemis daardoor bij de Amsterdamse kunstminnaars. Goldstein stemde in


maar liet in een geschreven verklaring wel weten dat er wat haar betreft maar één Grand Opening zal zijn, en die vindt pas plaats als het hele museum klaar is.


Ook was er het bericht dat Goldstein de door haar voorganger Gijs van Tuyl uitgezette nieuwe huisstijl bij de vuilnis zette. Een huisstijl die was gekozen na een intensieve en breed uitgemeten prijsvraag onder ontwerpers en die het Museum, naar verluidt, meer dan honderdduizend euro heeft gekost.


En dan is er nog het rumoer vanuit de spelonken van het museum. Dat de nieuwe directeur vooral wil vernieuwen om het vernieuwen, en dat ze als een controlfreak overal afschriften in het Engels van wil zien


ze beheerst nog geen Nederlands. Ook zou Goldstein enorm zijn geschrokken van de rol van de gemeente, de grote subsidiënt die zich formeel niet met het beleid bemoeit, maar informeel wel degelijk stuurt en meepraat.


Door dit soort geluiden ontstond een rellerige sfeer. Zo van: wat gebeurt daar eigenlijk allemaal?


Goldstein zelf kwam het de buitenwacht zeker niet vertellen. “Ze wil pas praten als eind augustus de exposities in de oudbouw opengaan,” zegt een woordvoerder. “Ze wil vanuit de inhoud haar verhaal doen.” Hoort het niet bij de taken van een directeur van een gesubsidieerd museum om het gezicht te laten zien aan de mensen die dat museum betalen: de Amsterdammers? De woordvoerder: “Dat ziet zij niet zo.”


Dat moet je maar beschouwen als een persoonlijk strategie, zegt Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum. Pijbes doet niet anders dan de media noden om te kijken naar de vorderingen van de restauratie van zijn Rijksmuseum. Omdat hij gelooft dat openheid werkt.


Pijbes maakte kennis met Goldstein. En is optimistisch. “Ik zie bij het Stedelijk elke dag nieuwe balken en nieuwe stenen en in ons Museumpleinoverleg schuift Ann geregeld aan, dat gaat soepel.” Zijn indruk is dat Goldstein ‘vol goede moed’ is begonnen aan het grote avontuur van deze directiebaan. “Er rust een zware taak op haar schouders. Ik ben blij dat zij nu zakelijk directeur Patrick van Mil naast zich weet. Een goeie kerel. Dat is een solide basis.”


Martijn Sanders, oud-directeur Concertgebouw en nu, onder meer, voorzitter van de Vereniging Rembrandt, ziet in Goldstein een ‘uiterst professionele vrouw’ die een beetje verbaasd is over hoe de dingen hier in Amsterdam gaan.


Dan doelt hij op verschillen tussen de gang van zaken in musea in de VS, waar alles van geldschieters moet komen, en de financiële situatie in Nederland, waar de overheid kunst mede subsidieert, met bijbehorende neiging tot bemoeienis: “Dat vraagt dus om een andere wijze van opereren. Zoals de kwestie van de tussentijdse opening. Dat was natuurlijk een politieke wens, een verstoring van het bouwproces wellicht, maar ik heb Goldstein nooit horen klagen.”


Sanders kent Goldstein nu ‘redelijk goed’ en raadt het personeel aan niet te twijfelen. “Ik denk dat de staf heel blij moet zijn met haar.” Hij prijst haar kennis. “Daar bouwt ze op, ze is dus heel erg inhoudelijk gemotiveerd en is wars van alle poespas er omheen.” Daaruit verklaart hij haar terughoudendheid tegenover de buitenwereld. “Het is natuurlijk wel een handicap dat het museum langer dicht blijft dan voorzien, want ze wil haar prestaties laten zien, ze wil worden beoordeeld op haar werk.”


Hotelier Otto Nan, de man die afgelopen januari na het zoveelste uitstel van oplevering de succesvolle sms-actie ‘Stedelijk Doe iets’, arrangeerde, ontmoette Goldstein vlak daarna, daartoe genood op de kamer van wethouder Carolien Gehrels.


Hij had, zegt hij, ‘een beetje met haar te doen’. “Het zal toch ook wel lastig zijn als je in zo’n stroperige ambtelijke cultuur terecht komt. Mijn indruk van haar was goed. Ik zag daar twee sterke vrouwen, geen van beiden echt bereid om in te schikken, dus er zal daar wel geknokt zijn. Het deed mij goed te horen dat zij van het Stedelijk echt een plek wil maken waar mensen wekelijks langs gaan, een museum waar netwerken groeien en dat al doende een organisme wordt dat deel uit maakt van de stad. Echt een ontmoetingsplek. Het was niet zo maar een verhaaltje.”


Nan had dat allemaal wel goed gezien. Carolien Gehrels zal daarover niet ingewikkeld doen. “Ik had de nadrukkelijke wens om, na voltooiing van de renovatie van de oudbouw, weer gedeeltelijk open te gaan. Goldstein en ik voeren inderdaad stevige gesprekken, daar hou ik ook van, maar we hebben ook plezier, ze heeft gevoel voor humor. Wat ik respecteer is dat ze een duidelijk, met argumenten gelardeerd verhaal heeft en dat ze heel gepassioneerd is in haar werk. We hebben, nog met het oude college van b. en w. een keer vergaderd in het Stedelijk en daar hield zij toen een presentatie waarbij de vonk echt oversloeg. Ze stond daar met glimmende oogjes.”


Gehrels snapt wel dat Amsterdam nieuwsgierig wordt naar deze vrouw. “Maar ze wil zich pas tonen met werk, daarop wil zij worden beoordeeld. Dat valt te respecteren. Daarom wordt het spannender naarmate de 28ste augustus nadert. Dan kan ze wat laten zien.”


De schilder Ger van Elk kent Ann Goldstein misschien wel het langst. Zij heeft in de VS tentoonstellingen gemaakt waar ook zijn werk hing. “Ik vind haar een dappere vrouw omdat ze met heel veel liefde het Stedelijk weer die toonaangevende, internationale positie wil geven die het had onder Sandberg en onder Wim Beeren. Nog leuker zou het wezen als de gemeente enthousiaster zou zijn. Al die linkse besturen houden alleen maar van volkskunst, daar moet je mee oppassen. Dus Ann zal het niet gemakkelijk krijgen. Maar ze is mans genoeg. Het Stedelijk en Ann Goldstein is een fantastische combinatie.”


De Appeldirecteur Ann Demeester ziet met Goldstein vooral ‘actie’. “Die wijziging van de huisstijl bijvoorbeeld, toont haar daadkracht en tevens haar behoedzaamheid. Een weloverwogen beslissing. Als ze iets vindt, voert ze het door, ook al zal dat zorgen voor controverses. Die wijziging van de huisstijl was zo’n goede beslissing. Ik snapte het al niet van Gijs, dat was regeren over zijn graf heen. Bij een nieuwe leiding hoort gewoon een nieuwe huisstijl.”


Demeester stelde ook vast dat ‘vanuit het Stedelijk weinig informatie kwam’. “In dit geval vond ik dat positief. In het verleden is sprake geweest van warrige communicatie. Ik ben altijd kritisch geweest over de manier waarop het Stedelijk omging met haar dakloosheid, dat ‘Stedelijk in de stad’ was niet goed. Goldstein is achter de schermen orde op zaken gaan stellen, zodat ze in gezamenlijkheid naar buiten kunnen treden. Dat is een goede strategie en dat heeft het Stedelijk nodig.”


The Temporary Stedelijk, dat op 28 augustus wordt geopend, toont tot januari twee exposities.


Taking Place, met werk van hedendaagse kunstenaars die speciaal zijn geselecteerd om mooi te laten zien hoe fraai het gerestaureerde museumgebouw is geworden, en


Monumentalisme, een expositie van voorstellen voor gemeentelijke kunstaankopen van dit jaar.


Martijns Sanders: “We zijn allemaal in afwachting van wat zij nu zal laten zien, of ze de grote belofte die zij is, waarmaakt. Maar deze tijdelijke opening kent natuurlijk beperkingen en het zou jammer zijn, ik zie hierin zelfs een gevaar, als dit geldt als de lakmoestest. Die is er mijns inziens pas bij de grote heropening.”


Demeester ziet uit naar deze tentoonstelling in de oudbouw, omdat die volgens haar júist zal laten zien wat de nieuwe directeur in haar mars heeft. “De grote exposities voor de heropening liggen allang vast, daar zullen we vooral de hand van Gijs van Tuyl nog zien. Maar deze, die ze zelf   l’improviste heeft georganiseerd, zal haar signatuur dragen.”


Eigenlijk kijkt iedereen reikhalzend uit naar 28 augustus, zegt Ann Demeester. Zij voelt ‘een stilte voor de storm’. “Ik merk het bij ons in De Appel, er is weer een positieve stemming, eindelijk ons Stedelijk Museum terug. Een soort opluchting en een overheersend gevoel van blijdschap.”


Ger Van Elk: “Wat ze gaat maken zal wel controversieel worden gevonden. Maar dat is goed. Dan gebeurt er eindelijk weer eens wat. Dat is toch waar wij allen naar verlangen.”


De onvrede over het Stedelijk Museum heeft twee studenten van de Rietveld Academie aangezet tot het oprichten van een nieuw museum voor hedendaagse kunst. Op 9 juli opent het Extempore Temporary Contemporary Art Museum Amsterdam (Etcama) in zeven zalen van het pand Singel 136.


Er zal een sculpturaal werk te zien zijn van de initiatiefnemers, Nicolas Borel en Tore Wallert.


De tweede tentoonstelling, met 25 kunstenaars, vindt in oktober op een andere locatie plaats.


De twee jonge kunstenaars kwamen vier jaar geleden vanuit Canada en Zweden naar Amsterdam. Maar het befaamde Stedelijk Museum kregen ze nooit te zien. Is dit niet gewoon een kunstenaarsinitiatief? Borel: “We noemen onszelf museum. Onze beslissingen nemen we alsof we een museum zijn. We geloven in de kracht van het museum voor hedendaagse kunst maar we willen ook aan de orde stellen dat die term een contradictie is. Een museum bewaart oude spullen en ‘hedendaags’ betekent juist vluchtig. Ook willen we graag in gesprek komen met Ann Goldstein.”


Het Etcama wil actief blijven tot de opening van het Stedelijk Museum. “Maar wie weet blijven we wel wat langer. Misschien heeft het Stedelijk ons meer nodig dan wij hen.”


Kees Keijer

Copyright: Loes De Fauwe